Categorieën
Fictie

AAN ELKAAR GEWAAGD

AAN ELKAAR GEWAAGD

“ ’s Avonds laat in Lissabon, laatste optreden, laatste nummer. Opschudding bij de ingang. Een donkere, gedrongen man laveerde tussen de restauranttafeltjes door, richting podium. Hij zwaaide dreigend met een pistool! Vlak voor drummer Kakum probeerde hij het podium op te klimmen.”

Zo begint Ivan te vertellen. Ik lig weer veilig in zijn armen, nog nahijgend van ons weerzien. Ivan had weer zo heerlijk weemoedig naar me gekeken toen hij vanmiddag thuis kwam. Wij hebben iets met ogen, hij vindt de mijne zaadvragend.

Als gastsolist bij de latin jazzband Vibra Latina had Ivan op de drie openingsconcerten gespeeld in de Speakeasy, een nieuwe club aan de Taag. De gage was weer eens niet geweldig, daarom kon ik niet mee. Ivan wilde er in ieder geval demo opnames aan overhouden, om in Nederland gigs mee te scoren. Ik had er in berust, opdat ik thuis eindelijk ongestoord saxofoon kan oefenen. Sinds ik bij hem ingetrokken ben, eindig ik bij het oefenen steevast vroegtijdig onder de douche of op de keukentafel. Net als bij Ivan’s eigenlijke saxlessen. Ieder standje en iedere opening komt aan bod en dan weet ik de rest van de avond van toeten noch blazen. Ivan leert me dat jazz de combinatie is van swing en durf, maar je moet er wel wat voor doen! Ik moet leren zo weinig uit de maat te improviseren dat je het niet hoort, maar wel de swing voelt.

Nog buiten adem zeg ik: “Vertel eens vanaf het begin, mijn Vannetje.”
De optredens begonnen ’s avonds rond half 11. Vanwege het clubrestaurant moesten ze op de eerste avond al om zes uur aan de soundcheck beginnen, opdat vroege eters daar geen last van hadden. Balduíno was de kale uitsmijter en geluidsman van de club. Iedere verandering moest aan eigenwijze ‘Baldo’ worden uitgelegd, voordat hij zijn knoppen zo wilde verdraaien, dat alle instrumenten goed in balans klonken, zowel op het podium als in de zaal.

Ik blaas een vochtige lok van zijn voorhoofd, terwijl Ivan het zweet tussen mijn borsten wegveegt. “Doorgaan”, zeg ik. Ivan kiest voor verder vertellen.

Toen de bandleden, na hun eigen avondeten elders, weer bij de club aankwamen stonden er veel taxi’s voor de ingang. Binnen bevonden zich meerdere grote contrabassen met hun, argwanend naar elkaar kijkende, begeleiders. Op het podium begon Dave, de bassist van de band, zijn basgitaar om te hangen. Ontsteltenis tekende zich af op de gezichten van al die andere bassisten. Toen realiseerden ze zich dat Dave natuurlijk twee basinstrumenten bespeelt. Hij had hun contrabas niet nodig! Wat bleek? Baldo had tijdens de soundcheck opgevangen dat een stemsleutel van Dave’s contrabas was dolgedraaid. Baldo had naderhand op eigen houtje een bassist gebeld om een contrabas voor Dave te lenen. Die bassist was niet thuis geweest en dus had Baldo hem en nog een paar andere bassisten op de voicemail ingesproken. Zo waren ze één voor één komen binnendruppelen, met hun enorme contrabassen. Baldo moest natuurlijk opdraaien voor alle taxikosten!
De band begon het optreden, maar opnieuw hoorden ze zichzelf niet in de monitors. De verongelijkte Baldo had kwaad zijn knoppen terug gedraaid. Het duurde nog het gehele optreden voordat alles klonk zoals het moest. Die avond geen geslaagde opnames voor Ivan!

“Het zien van al die contrabassen deed me denken aan die muzikantengrap”, vervolgt Ivan schalks. “Heb je van die bassist gehoord die zo zuiver speelt……..? Ik ook niet! Ik logeerde in het huisje van Kakum in de ‘Rua 1’, dat is pal naast het ‘Aqueduto Das Aguas Livres’. Dat aquaduct had mijn dood kunnen worden, liefste Ada!” Ik ken Ivan’s voorkeur voor flauwe grappen: “Weet je de overeenkomst tussen de vingers van een bassist en de bliksem……? Ze raken nooit twee keer dezelfde plek! Maar hoezo dood? En had die vent nog geschoten?”

“Wacht maar af. Trouwens, afgelopen nacht onweerde het inderdaad ook nog in Lissabon! Na afloop van de eerste avond regende het uit een egaal wolkendek. We hadden tenslotte de sterren van de hemel gespeeld! Op de parkeerplaats hadden de meeste vertrekkende gasten hun ruitenwissers al aan, voordat ze merkten dat er iets heel vettigs meeschoof over hun voorruit. Er waren onder de ruitenwissers van alle auto’s stukken ‘torradas’ – geroosterde boterhammen, ruim met olijfolie en tomatenpuree besprenkeld – geklemd! Ongetwijfeld door de uitbaters van de nabijgelegen ‘Casas de Fado’. Zij waren niet gediend van deze nieuwe concurrent, met zijn live jazzmuziek! We eindigden de avond met onder de nabijgelegen hangbrug over de Taag gezamenlijk een kwartiertje luidkeels te schreeuwen, om de overtollige adrenaline van het optreden kwijt te raken.”

De tweede nacht gingen ze na afloop met zijn allen naar de Kaapverdische nachtclub ‘B.Leza’, die in een prachtig vervallen paleis gehuisvest was. Geen jazzswing, maar pure morna’s en coladeira’s. Daar kwamen ze op de dansvloer Kalita tegen, wat toevallig! Kalita was een nieuw dienstertje in de Speakeasy, waarlijk ‘uma boa zona’ – een spetter – duidelijk verkikkerd op Kakum, met zijn licht getinte Kaapverdische uiterlijk en gespierde lichaam. Ze had al meteen na de soundcheck een foto van de band gemaakt om alvast een afbeelding van Kakum te bezitten.

Ik moet Ivan snel over die spetter laten ophouden. Ik haast me te zeggen: “En deze? Een bassist schepte op over het feit dat hij 64ste noten kon spelen. Toen niemand hem geloofde heeft hij er eentje van de 64 gespeeld om het te bewijzen……..! Zeg, hoeveel bassistengrappen zijn er eigenlijk…….?” Ivan lacht: “Eentje maar, Ada boa zona, de rest is gewoon waar!
De volgende dag bleek dat gisteravond mijn mikrofoon was verplaatst, veel te dicht bij de drums. Ik begon me zorgen begon te maken of ik nog wel een goede demo zou kunnen opnemen.”

De club had intussen uit voorzorg tegen meer ‘torradas’ een parkeerwacht – eigenlijk een ‘arrumador’, een parkeerplaatsaanwijzer – aangesteld. Op de laatste avond, toen Ivan na het optreden bij zijn huurauto op de parkeerplaats aankwam, bleek zijn portier niet op slot. De wildeman was eerder al overmeesterd door Baldo. Nadat het slotnummer snel was afgeraffeld, bleek Kakum te zijn verdwenen. Nu ging op de achterbank ineens Kakum rechtop zitten en hield Ivan’s sleuteltjes omhoog. Hij meldde dat de ‘pistoleiro’ Ilídio heette, Kalita’s vriend. Kakum vroeg Ivan meteen te vertrekken, voordat Ilídio hem zag. Die werd bij Kakum’s eigen auto door de ‘arrumador’ opgehouden. Kakum ging weer plat op de achterbank. Het regende alweer.

Ivan vervolgt: “Eenmaal bij de woning van Kakum aangekomen reed daar net een taxi weg. Kalita was er uitgestapt, compleet met blauw oog en gehavende jas. Kakum vertrok onmiddellijk met haar, in mijn huurauto. Hij zou hem morgenochtend wel terugbrengen. Ik ging slapen. Zo’n optreden iedere avond, ’t is toch echt topsport, hoor! Ik werd weer wakker door harde bonzen op de voordeur. Mijn maag kromp ineen. Het was intussen ook begonnen te onweren. Ik was er niet gerust op en begon me snel weer aan te kleden. Ik vermeed de voordeur en haastte me, met mijn saxkoffer, door het achtertuintje, de regen in, naar het onverlichte aquaduct. Het was maar goed dat ik er overdag een bezoek aan had gebracht. Ik wist waar er een gat in de omheining zat! Evengoed kwam een korte, gedrongen schaduw achter me aan. Was het Ilídio, die dacht dat ik Kakum was? Een pistoolschot weerklonk achter me! Van lieverlee rende ik in het stikdonker naar het looppad bovenop het aquaduct, bijgelicht door het schichtige licht van bliksemflitsen. Het smalle, maar kilometerslange aquaduct steekt 65 meter hoog een dal over, naar de Monsanto heuvel. Overdag had ik die oversteek niet aangedurfd, maar nu moest ik wel.”

Bij een donderende lichtflits hoorde Ivan een kreet achter zich. Was zijn achtervolger door de bliksem getroffen? Of was hij op het glad beregende looppad uitgegleden? In het bos op de Monsanto stonden de straathoeren te schuilen, als vanouds. Met een zojuist vrijgekomen taxi liet Ivan zich meteen maar naar het vliegveld rijden, doornat en bekaf. Daar kwam hij uren te vroeg aan. Op de harde stoeltjes van de vertrekhal kon hij nog wat slaap inhalen. “Ik wilde een beetje fit zijn voor jou! Nou, laten we hopen dat deze opnames gelukt zijn.”

Hij reikt achter ons bed en meteen weerklinkt een pakkende melodie van Vibra Latina. Over de harmonieën wordt gezamenlijk geïmproviseerd, ondersteund door Latijns-Amerikaanse ritmes. Wat een samenspel! Het is net een geanimeerd gesprek in de kroeg, waarbij de muzikanten zowat om de beurt het hoogste woord voeren, met soms heel gewaagde uitspaken waarop dan weer een avontuurlijk weerwoord volgt. Het swingt enorm, ik moet meebewegen. Ik kan me bij deze jazz goed voorstellen dat er nog veel meer en anders gespeeld kan worden dan wat de musici op het moment zelf voortbrengen. Ik hoor vrijheid, ik wil dit ook kunnen! Hierbij vergeleken lijkt alle andere muziek niet meer dan marsmuziek, exact op de tel en iedere keer klinkt het precies hetzelfde. Saai!

Intussen laat mijn grote broer zijn vingers verdwalen over mijn lendenen. Ik voel mijn tepels weer hard worden.