Categorieën
Fictie

0 (of 0rzo: een spaghettiwestern)

– Ik ben geen rijst maar pasta!
– Ja, right, maak dat de kat wijs. Je bent gewoon rijst.
– Ik haat katten en ik ben PASTA!
– Je bent gewoon, vieze, kleffe, rijst.
– Nu ga je te ver!
– Rustaaagh, zegt Penne met zijn hese stem. Hij werpt zich met zijn imposante torso tussen de ruziënde Orzo en Makker Oni in. Traag staren ze naar elkaar… in een open veld, vlakbij een dunne rode rivier. Orzo trekt zijn telefoon.
– Kijk hier op Wikipedia, Makker. Ik citeer: Orzo is een gedroogde pastasoort. De vorm en grootte is vergelijkbaar met een rijstkorrel.
– Wie gelooft nou Wikipedia? Geloof jij soms ook nog in Sinterpasta, Orzo? Laat mij eens kijken. Wat? Is dat alles? Zoek maar eens op Macaroni?
– Je heet toch Makker Oni?
– Dat is mijn artiestennaam.
– Ik wist niet dat huurlingen artiestennamen hadden.
– Er is vast veel meer wat jij niet weet, kleine Orzo. Kijk, mijn stamboom gaat wel terug tot het jaar duizend. Lees wat Wikipedia over ons schreef. Écht, we zijn zwaar populair zoals dat heet.
– En of dat ik dat weet… Jij was mijn idool. Ik was idioot van jouw elleboogstoot, tot je me voor kleffe rijst uitmaakte. Orzo richt zich tot Penne.
– Toe, laat mij mezelf bewijzen in de strijd, meester Penne? U heeft mij zien vechten.
– Zonder opdrachtgever valt er niks te strijden, knul… en ook niks te bewijzen.

[‘…en we zijn terug in de studio; lieve luisteraars, mijn tafelgast is Harrie Hangoor, gepensioneerd oorlogscorrespondent; Harrie graag een eerste reactie; waar zitten we naar te kijken?’ ‘Het is nog niet veel, hè. Al verwacht ik spektakel; die Orzo is een echt talentje; de spelvreugde spat er nog vanaf bij hem. Ik zeg altijd…’. ‘Sorry, Harrie, we moeten schakelen.’]

– Miep de Miepert hier; er doemen drie rijstkorrels op bij de brug van de dunne rivier; ze zijn helemaal vanaf het Tomatensausmeer hierheen gestrompeld; ze hijgen uit van de barre tocht.
– Waar kunnen we ze mee overhalen? vraagt Pandan sloom.
– Met parmezanen natuurlijk, zegt Bas.
– Met wat? vraagt Pandan.
– Dukaten van Parmezaanse kaas, zegt Bas.
– Die dingen hebben wij niet, zegt Pandan.
– We bieden ze grond aan, onze grond. We moeten iets, zegt de deftige Zilvervlies.
De drie rijstkorrels sjokken over de brug naar het open veld met Makker, Penne en Orzo.
– Beste pastakrijgers, laat mij onszelf voorstellen, dit hier zijn Pandan en Bas Mati en ik die spreek heet Zilvervlies. Wij willen u inhuren. De witte rijstkorrels worden aangevallen door de gruwelijke Gnocchi. Aardappel Gnocchi welteverstaan, oh, als die Gnocchi alles overnemen is het straks alleen nog aardappel wat de pot schaft. Ze verdrijven ons. We zijn parmezaanloos maar we kunnen u grond aanbieden tussen het Tomatensausmeer en de Tomatensauszee.
– Grond… Het is gevaarlijk daar. De verschrikkelijke Vork prikt en schept daar regelmatig.
– Dat is waar, meester Penne. Wie wil er in de mond van het Wezen eindigen? Echter, de tomatensaus uit het meer is meer dan de moeite waard. U ziet toch ook dat de dunne rivier steeds dunner wordt?
– Met hoeveel zijn ze, die Gnocchi?
– We telden er twintig, zegt Bas.
– Twintig hè. Ik moet overleggen. Makker, Orzo, trommel de drie dartelende dames en Taggie op.
– Betekent dit dat ik mee mag, meester Penne? vraagt Orzo.
– Als we gaan, ga je mee.
– Een rijstkorrel als huurling? Ik wist wel dat wij rijstkorrels huurlingen konden worden! Ik zei het toch, Pandan?
– Beste Bas, ik, ben géén rijst. Ik ben Orzo! Ik ben pasta die eruitziet als rijst!

Makker treft de van zwemdiploma’s verstoken en immer naar avontuur hunkerende rode Fu, groene Sil en gele Li pootjebadend aan met hun zalmsnipperslippers in de verraderlijk diepe dunne rivier en trommelt ze op. Orzo zoekt de holle champignon waar Tagliatelle volgens Penne een gebedsdienst bijwoont. Tagliatelle, Taggie voor intimi, is fervent aanhanger van de pastafaria’s. Hij gelooft heilig dat het vliegende spaghettimonster terugkeert op aarde om ons allen te redden van het kwaad.

[‘…Harrie, komt het los?’ ‘Zeker, nog even en de hel breekt los want die Gnocchi zijn écht gruwelijk.’ ‘Luisteraar Akira vraagt zich af of het wel ethisch verantwoord is dat jullie oorlogsjournalisten tegenwoordig zo uitbundig verslaggeven. ‘Dat mag Akira zich afvragen. Ik zeg altijd: oorlog is emotie en de één zijn dood, is de ander zijn pasta. Over pasta gesproken, ik zie beweging…’]

De pastakrijgers rukken op naar het front met in hun kielzog Pandan, Bas en Zilvervlies. Orzo is trots dat hij de slenterende rijstkorrels in de gaten mag houden. Meester Penne houdt rekening met een verrassingsaanval op de achterhoede. De drie dartelende dames Fu, Sil en Li vormen de frontlinie. Taggie en Penne volgen gestaag. Makker en Orzo kwebbelen er achteraan.
– Waarom ontplof je altijd zo als je rijstkorrel wordt genoemd?
– Omdat het pijn doet… Ik groeide op in een dorp aan de buitenrand van het bord. Ook bij ons werd Sinterpasta gevierd. Er woonden alleen in de buurt geen rijstkorrels. Drie keer raden wie Kleffe Rijst mocht spelen? Jawel, mijn vader, Orzo senior. Het was een andere tijd. Kleffe Rijst was toen nog niet de grote kindervriend die het nu is. Andere pastakinderen lachte mij uit. Mijn vader kukelde op een dag over de rand van het bord en de kat vrat hem op. Mama nam zijn rol over, uit eerbetoon. Ik haatte mama daarvoor en zweeg haar dood. Nu? Nu is ze echt dood. Ze was de enige die onvoorwaardelijk in mijn krijgerschap geloofde. Ach…
– Hoe is ze gestorven? Als ik vragen mag.
– Ze verdronk in een klodder snot dat uit een neusgat van het Wezen schoot.
– Heftig zeg…
– Het is allemaal verleden. Laten we focussen op wat voor ons ligt.
– Heb je zelf al een artiestennaam bedacht, Orzo.
– Ik dacht aan O. Simpel maar krachtig, alleen O.
– Kernachtig, alleen…
– Alleen wat?!
– Alleen O… kan zomaar voor nul aangezien worden.

[‘…Harrie, jouw reactie?’ ‘Een inhoudsloos pastakrijgergesprek, ik zeg altijd…’ ‘Sorry, we moeten schakelen…’]

– Miep de Miepert live vanaf het front! De Gnocchi rollen. De Gnocchi rollen! Dooooooooooooooooooooood! Dooooooooooooooooooooooooooood!!!!! De rijstkorrels Bas, Pandan en Zilvervlies worden finaal geplet door rollende Gnocchi. De Gnocchi verrassen de Pastakrijgers volledig. Orzo is zo opgegaan in zijn bijnaambenaming dat het hem geheel is ontgaan om tijdig achterom te kijken. Schuldgevoel, maakt zich zichtbaar meester van de kleine Orzo. Een Gnocchi ziet de verbouwereerde Orzo en rolt op hem af maar deze Gnocchi incasseert nog net op tijd een fenomenale elleboogstoot van Makker Oni! Fu, Sil en Li struikelen over een sperzie-bonen-draad-hinder-laag! Ik kan niet geloven wat ik allemaal zie. De dartelende dames worden door de Gnocchi als kanonskogels in het Tomatensausmeer geknikkerd. Traag glijden de spartelende dames omlaag en verdrinken in de tomatensaus. Nee, ademhalen is er ook voor jullie verslaggeefster niet meer bij. Ojee, de verschrikkelijke Vork schept Penne, Makker, Taggie en Orzo op. Taggie bidt zo hard hij kan om hulp van het spaghettimonster. De Vork gaat richting mond maar stopt… Het wezen gaapt. Orzo schudt Taggie uit zijn gebed.
– Schiet mij in dat neusgat! Taggie slingert Orzo erin. Orzo kietelt neusharen met al wat hij geleerd heeft.
– Hatjiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiie! Het Wezen niest Orzo met een klodder snot het neusgat uit. Penne, Makker en Taggie vallen van de vork af. Witte rijstkorrels rennen paniekerig kriskras door elkaar. De Vork richt zich op. De drie vorktanden prikken Taggie door zijn middenrif en hijsen hem op, richting mond. Er lijkt geen redden meer aan. Taggie bidt stug door….

*KNAL*

Een oorverdovend geluid! De hemel breekt open! Het vliegende spaghettimonster verschijnt uit het niets. Het monster… ziet er wel behoorlijk anders uit dan op de plaatjes in de holle champignon. Het is eigenlijk gewoon een pak ongekookte spaghetti met het plasticfolie er nog omheen. Niettemin, het vliegt en het schiet genadeloos hard door de mond tot diep in de keel van het Wezen. Het Wezen stikt en valt morsdood op de grond. Taggie glijdt uit de vorkpunten waarna hij door de kat in één teug genadeloos wordt opgeslurpt. De kat sluipt naar het feestmaalbord; smikkelt allereerst de Gnocchi op maar verslikt zich in de laatste… en stikt net als zijn baasje.

Eindelijk… de tomatensauskust is veilig. Penne staart getergd naar de feestende witte rijstkorrels. Makker trekt Orzo uit de snotklodder.
– Het spijt me van wat ik zei, toen, dat jij Kleffe Rijst was en zo. Je bent een échte pastakrijger. Je bent geen nul. Jíj bent hoofdletter O.
– O of nul, wat maakt het uit?
– Knul, jouw moeder is trots; waar ze ook is. Is dat niet het belangrijkste?
– Ja… ik denk het dan.

[‘…helaas, de zendtijd zit erop; Harrie, was het top?’ ‘Nou en of; dit was een oorlog ongekend, magnifiek uitgevoerd en..’ ‘Lieve luisteraars, bedankt voor jullie tijd maar bedtijd is bedtijd, tot ooit óf snel; adieu, adieu! Vaarwel.’]